7 juni 2017
7 juni 2017, dit was het dan, de laatste les beeldende vorming. Deze
les hebben we ons bezig gehouden met tekenen. Er waren drie verschillende opdrachten
die je kon maken.
De kernvraag deze les was: waarom tekenen kinderen?
•
Je kunt de
eerste 3 ontwikkelingsfasen van het beeldend vermogen van kinderen benoemen en
toelichten.
•
Je kunt de
kindertekeningen van je stage indelen in de 3 ontwikkelingsfasen van het
beeldend vermogen.
•
Je kunt
aan de hand van kenmerken in tekeningen beargumenteren in welke ontwikkelingsfase
het kind zit.
•
Je kunt
een bewuste keuze maken voor een opdracht die het beeldend vermogen van
kinderen stimuleert.
De eerste opdracht die we gedaan hebben is ‘beelden
memorie’. We kregen aan aantal tekeningen en moesten deze in de juiste volgorde
leggen van jong naar oud(er). Wij vonden deze opdracht erg moeilijk. Uiteindelijk hadden we een volgorde gemaakt waar wel zelf wel tevreden mee waren.
Nadat alle volgordes af waren hebben we de tekeningen
uitgebreid besproken en hebben we verschillen bekeken en de verschillende fases
waar het kind voorheen gaat op het gebied van tekenen.
We hebben ook een stuk theorie gehad over het beeldend
vermogen van kinderen. Er zijn in totaal drie periodes. Periode 1 is krabbelen
en materiaalhantering. Periode 2 is de gecodeerde werkelijkheid en periode 3 is
de zichtbare werkelijkheid.
Voordat de opdrachten begonnen hebben we een tekendictee gedaan. We kregen een A4tje en moesten deze verdelen in 8 vakken. Roosien vertelde per vak wat we moesten tekenen. Dit vond ik zelf een hele leuke opdracht.
We konden in deze les drie verschillende tekenopdrachten maken. Eén opdracht voor de onderbouw, één opdracht voor de middenbouw en één
opdracht voor de bovenbouw.
Bij de onderbouwopdracht moesten we sporen maken. De opdracht
luidde als volgt:
•
Maak met verf, ecoline, krijt, stift en potlood
sporen.
•
Experimenteer met dunne en dikke kwasten.
•
Maak vormen met stempelen.
•
Produceer minstens 4 bladen.
De middenbouwopdracht luidde als volgt:
•
Lees een verhaaltje uit het boek
Slaapkamernachtdieren van Loes Riphagen.
•
Teken zelf een expressief slaapkamernachtdier op
een plek in je slaapkamer.
•
Materiaal: krijt en inkt.
De bovenbouwopdracht luidde als volgt:
•
Zoek beelden en platen die je over kan trekken.
•
Combineer beelden al overtrekkend tot een nieuw
beeld.
•
Ga op zoek naar contrast, vorm en restvorm,
grafische elementen.
Ik heb de opdracht voor de onderbouw en de middenbouw
gedaan. Zie foto's
Aan het einde van de les heeft ieder een stuk papier
gekregen. Het was de bedoeling dat iedereen opschrijft wat hij/zij geleerd had
deze les. Iedereen mocht een propje maken van het papiertje en door het lokaal
gooien. Iedereen pakte een propje papier en maakte het open. Op deze manier
hebben we informatie uitgewisseld.
Michelle de Best
PLV1B
Reacties
Een reactie posten